Solidariteit?
Het onderstaande artikel is geschreven door Melanie Pinkert en werd op 21 oktober 2010 gepubliceerd op haar blog Broadsnark. We zijn vereerd dat wij toestemming hebben gekregen van Melanie om het artikel op C4SS te plaatsen.

Ik begin het woord solidariteit te verachten. Ik hoor constant de roep om solidariteit—solidariteit met vrouwen simpelweg omdat ze vrouwen zijn, met anarchisten simpelweg omdat ze anarchisten zijn, met arbeiders simpelweg omdat ze arbeiders zijn.

Weet je waar ik aan denk als iemand om solidariteit vraagt? Ik denk aan politieagenten. Niemand toont meer solidariteit dan agenten. Je kunt een agent filmen terwijl hij iemand afranselt, met een tiental collega-agenten die eromheen staan en slechts toekijken, en niemand zal die blauwe grens overschrijden om het juiste te doen. Dat is pas solidariteit.

En ik denk aan de Joodse school. Ik denk aan hoe ons altijd gevraagd werd te doneren aan Joodse zaken, om bomen te planten in Israël, om Joodse Ethiopiërs te redden. Ik werd verondersteld meer te geven om de ene mens dan de andere op basis van een toevallige groepsidentiteit. Het idee van “eigen volk eerst” vond ik al weerzinwekkend toen ik negen was en ik vind het nog steeds weerzinwekkend.

Solidariteit gaat over groepsgevoel, wat betekent dat je waarde hecht aan het horen bij een groep. Ik hecht daar geen waarde aan. Ik heb nooit bij een groep willen horen. Horen bij een groep betekent te vaak conformiteit. Dat is de reden waarom de Amish zich allemaal hetzelfde kleden. Dat is waarom elk kind op het voortgezet onderwijs onmiddellijk exact dezelfde spijkerbroek moet dragen als hun vrienden. Dat is waarom elke commentator in Washington exact hetzelfde denkt en waarom we allemaal in Vinex-wijken wonen. Conformiteit creëert intolerantie, onwetendheid, groepsdenken en stagnatie.

Je kunt alleen ergens bij horen als anderen daar niet bij horen. Er moeten grenzen zijn en binnen de kortste keren zullen mensen deze grenzen gaan bewaken. Voor je het weet horen we van de “pestkoppen” dat we geen joggingbroek  op school mogen dragen. Je vrienden die groener dan groen zijn laten je zitten omdat je blikjes weggooit. Je wordt uit je anarchistische vereniging geschopt omdat je het zinloos vindt ruiten in te gooien. Discussie is geen optie.

Dat sluit niet uit dat mensen krachten bundelen voor hun gezamenlijk belang. Maar het moet om meer gaan dan alleen groepsidentiteit. Wederzijdse steun tussen arbeiders aan de andere kant van de wereld, die elkaar nooit ontmoet hebben, zal altijd zwak zijn. Maar als deze arbeiders in dezelfde branche of voor hetzelfde bedrijf werken en zich realiseren dat hun lotgevallen op een zeer tastbare manier onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar, dan heb je iets. En dan gaat het niet om een vage definitie van solidariteit.

Als je mij iets wil laten doen of laten steunen, doe dan geen beroep op me op basis van groepsidentiteit. Doe een beroep op me uit principe. Doe een beroep op een echte menselijke relatie die we hebben. Als ik denk dat jouw zaak een goede is, dan zal ik er zijn. En als ik je ken als mens en om je geef als mens, dan bijt ik me erin vast.

Als je alleen solidariteit wil, ga dan bij de maffia of een racistische groepering of de politie.

Vertaald vanuit het Engels door: SBM

Free Markets & Capitalism?
Markets Not Capitalism
Organization Theory
Conscience of an Anarchist